Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Werken aan zee I

Eén reden waarom ik een hekel heb aan vakantie, is de ruimte die vrijkomt om te denken aan niet-lopende zaken. Herinneringen. Je hoort weleens dat een mens vooral de goede dingen onthoudt, maar bij mij is dat hoegenaamd niet het geval. Tijdens de vakantie begint mijn brein gênante en pijnlijke momenten uit mijn leven op een rijtje te zetten en af te spelen als ware het een Ken Loach film. De een na de ander. Op een vakantiedag zal je mij niet zelden aantreffen met een frons en opgetrokken bovenlip. Dan is het aan de gang. Je kunt op zo’n moment weinig doen om me te helpen.

Nu, terwijl ik een week aan zee ben, moet ik denken aan een kustklus die ik twee keer heb gedaan, een tentoonstelling op het strand in een prestigieuze badplaats. Ik ontsnap nipt aan de beerput van schone schijn, vastgoed, zwart geld en populistische partijen die opengaat. Eén pijnlijke herinnering blijft hangen.

De eerste keer dat ik meewerkte, hadden we de koningin kunnen strikken om de tentoonstelling te openen. Enkele weken voor de opening werd ik gebeld door een van haar medewerkers, iemand van de veiligheidsdienst. Hij wilde er zeker van zijn dat alles vlekkeloos zou verlopen en daarvoor moest hij begrijpen wie ik was. Dat leek mij getuigen van een grondige aanpak. Hij belde daarna wekelijks twee keer, waarbij hij me telkens zeker twintig minuten aan de praat hield. Ik bleef op mijn hoede, zij het vooral uit angst twijfelachtige informatie over mezelf los te laten die ervoor zou zorgen dat ik ongeschikt bevonden zou worden door ons staatshoofd. De veiligheidsambtenaar benadrukte dat ik werkte aan een belangrijk project en dat ik goed bezig was. Ik haalde diep adem. Hij had gelijk. Natuurlijk.

Teleurgesteld is te sterk verwoord, maar underwhelmed was ik wel toen ik dit heerschap op de dag van de opening voor het eerst ontmoette. Hij had mijn lengte, een smal postuur, kort donkerblond haar met grote inhammen en een plat gezicht. Hij droeg een pak, maar geen das. Zijn witte hemd stond wat open, waar hij in de verste verte niet mee weg kwam. Waar ik deze analyse in alle discretie maakte, nam mij uitgebreid en van top tot teen op. Dat voelde ongemakkelijk, maar ik schreef de behandeling nog altijd toe aan zijn identiteit als veiligheidsambtenaar. ‘Je lijkt op je foto’s.’ Dat leek mij positief. Toen hij ondubbelzinnige complimenten begon uit te delen, negeerde ik die. Misschien was het een test? We zouden beter aan het werk gaan!

Een inspectie van de kunstwerken was van het grootste belang. Ik had geen idee waar hij naar zocht: scherpe hoeken waar Hare Majesteit zich aan zou kunnen stoten, duinpannen waar ze in zou kunnen tuimelen, dissidente boodschappen tegen het vaderland. Ik sjokte achter hem aan in de hoop dat hij het uit de doeken ging doen, maar de man had helemaal geen oog voor de kunst. Misschien, dacht ik nog, was dit het moment dat hij over zwart geld zou beginnen. Maar nee, de ambtenaar bleef mij vragen stellen, commentaar geven. Werd vinniger als ik de boot afhield en smeet er af en toe een obscene opmerking tussen, die hij direct met een knipoog terugnam als ik niet reageerde. We liepen verder de boulevard op en mijn adem versnelde. Werd de veiligheidsdienst getraind om zo akelig te doen?

Ik versnelde ook mijn pas, maar de man bleef dralen. Hij stond op het punt de lichaamsdelen van een beeldhouwwerk hardop te vergelijken met de mijne, toen Barry, de collega die zorgde voor de logistiek, op ons afkwam. ‘Is alles OK hier?’ Barry gaf de ambtenaar een ijskoude blik. De man viel stil. Er zat zelfs wat angst in zijn ogen toen hij naar mij keek om antwoord te geven. ‘Alles OK, Barry,’ zei ik en ik glimlachte naar hem, blij dat hij me eindelijk had doen inzien wat voor vlees ík in de kuip had. ‘Het parcours is gecheckt, we zijn op weg terug.’ Ik liep verder, zonder nog te luisteren naar de ambtenaar, die overigens ook niks meer zei.

Eenmaal in het hotel, de uitvalsbasis van het evenement, vond hij weer moed. ‘Hoogste tijd om het buffet te controleren!’ ‘Zoek het uit,’ heb ik gezegd, terwijl ik naar mijn collega’s liep. Hij bleef verbouwereerd achter, om vijf minuten later aan te pappen met het meisje van de bar. Veiligheidsdienst zeggen ze dan.  

Die dag heb ik niet tegen de koningin gezegd dat een van haar werknemers niet deugt. Noch ben ik naar Barry gegaan om hem te bedanken.

Vandaag drink ik alsnog een Slush Puppy op alle mannen en andere mensen die durven vragen of alles OK is.

Advertentie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: