Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag

Russisch ei

Consternatie in Madrid vorige week, toen de Spanjaarden bij de NAVO-top per abuis ‘Russische salade’ op het menu hadden gezet. Ik moest denken aan een van mijn vakantiejobs in de horeca toen ik het las.

Horeca klinkt eigenlijk te stoer voor de lunchroom in een overdekt winkelcentrum waar mijn flashback zich afspeelde. Mijn hippe schrijfbroeders van de faculteit passeerden hier om hyperconsumentisme op te snuiven, ik werkte er omdat ik het zalig vond in het kunstmatig licht en de geconditioneerde lucht. Ik was de eerste werknemer ooit die hier ontslag nam en uit eigen beweging weer terugkwam. Dat nieuws geraakte binnen een halfuur tot bij de elektronica twee verdiepen hoger.

Maar dus, à la Russe. Op koopavond, donderdag, kwam er altijd een moeder met haar zoon in de lunchroom. Zij was in de zeventig, hij rond de vijftig. Een magere man met grijs haar en een grote snor. Je zag zijn tandvlees als hij lachte. Waar hij niet mee stopte vanaf het moment dat hij hun volgepakte trolleys de zaak binnensleepte – zijn moeder moedigde hem aan avances te maken bij de bediening en hij ging daar gretig grijnzend op in. Op koopavond leek voor hen alles mogelijk.

De lunchroom had een bakkerij. De meeste klanten kwamen af op de Bossche bollen en de schuimtaarten met fruit, maar we hadden ook kleine gerechtjes. Tijdens de lunch frituurden we kroketten en bakten we uitsmijters. Het ‘videeke’ (vol-au-vent) kwam nog het meest in de richting van een maaltijd. De moeder nam er elke week een. De zoon at meestal een uitsmijter ham-kaas. Hij grijnsde terwijl hij de dooiers, die wij met zoveel moeite in hun geheel op het brood hadden laten glijden, kapotmaakte met het puntje van zijn mes. Hij keek grijnzend op terwijl het eigeel over zijn witte boterham droop.

Maar dus: soms, heel soms, bestelde de zoon een Russisch ei. Zelfde categorie als het NAVO-recept: huzarensalade (twee bolletjes die we maakten met een ijsschep) met gekookte eieren en garnituur. Officieel vaak vis, maar volgens mij legden wij er perziken en koude bonen uit blik bij. A la Hollandaise. En wat nu zo raar was: wij hadden die ingrediënten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de ragout voor de vidé, niet standaard in huis. Zodoende was het telkens als iemand een Russisch ei bestelde, voor ons, net als voor de diplomaten en journalisten in Madrid, ‘even schrikken’.

Knipoog incasseren, twee déca’s onder het machine en dan pijlsnel de keuken in. Daar wierpen we ons schort af en haastten we ons de achterdeur uit met de fooienpot onder de arm. Vanaf dat moment – en dat was het absolute toppunt van deze job – begaven we ons achter de schermen van het winkelcentrum. Via een doolhof dat in zijn geheel aan het oog van de bezoeker onttrokken was, konden wij eender welke winkel via een binnenweg bereiken. Eerste rechts, tweede links, deur open en – poef – daar stonden we in het rayon van de versproducten. Waar ik natuurlijk niet moest zijn, maar ik kende mijn weg in de supermarkt ondertussen zo goed dat ik binnen no time weer met een doos huzarensalade in de keuken van de lunchroom stond. Daar kwam de concentratie terug en lette ik erop dat ik de bolletjes niet te groot maakte – ook al wist iedereen wat er met het overschot van de sla zou gebeuren. Het duurde minstens een maand vooraleer iemand weer een Russisch ei zou bestellen.

Het Russisch ei was verlieslatend, zoveel mag duidelijk zijn. Toch heeft er nooit iemand gesuggereerd om het van de kaart te halen.

Misschien konden we de opschudding niet missen. Misschien wilden we niet weten wat ons te wachten stond als we geen tandvlees meer zouden zien.

Advertentie

Eén opmerking over 'Russisch ei'

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: