Lise ontmoet Cornelis (en zijn onderlijf).

Nu die global pandemic zo lang aanhoudt, begint het een beetje vervelend te worden.

Of ja, Lise zelf heeft het pad natuurlijk allang verlaten. Zij heeft een hol gebouwd rond haar bed, met onbeperkte toegang tot stroopwafels, Netflix en haar boekenkast. Zelfs Hemingway begint ze te lezen. OK bijna dan. Over haar bureaustoel aan de andere kant van de kamer hangt een blazer, die ze aanschiet voor de geplande meetings. Zolang ze die volgt en de hoognodige administratie in orde brengt, blijft ze onder de radar.

Maar nu zijn er blijkbaar meer mensen die het moeilijk krijgen. Een van haar contacten, Cornelis van de vervoersmaatschappij, heeft zelfs voorgesteld om deze namiddag live af te spreken, in een park. Lise zet haar wekker, doucht zich uitgebreid en pakt alles in voor de afspraak. Ze kijkt ernaar uit.

Hij is kleiner dan ze dacht. Maar wat haar het meest opvalt, is zijn profiel. Hij lijkt zo… driedimensionaal. Ze zou hem heel graag willen aanraken, maar dat gaat niet. Omwille van de gekende redenen.

“Hey.”

“Hey.” Hij strijkt zijn jas glad en gaat zitten. Zo dicht mogelijk tegen de leuning van het bankje.

“Ik heb koffie meegebracht. Een gewone en een…”

“Ik drink geen koffie.”

“Nee. Oh. Sorry. Geeft niks. Ik zal ze allebei opdrinken.” Ze zet ze naast zich neer.

“En, hoe gaat het? Uitgezoomd?”

“Ja. Op een gegeven moment word je wel een beetje gek van dat scherm. Heel de tijd naar je eigen gezicht kijken. Nu hebben we met een paar collega’s bedacht om elke dag minstens drie parkafspraken te doen. Heerlijk, die frisse lucht.” Hij snuift eens.

“Er is anders niks mis met je gezicht, hoor.”

“Eh, bedankt.” Hij steekt een pluk haar achter zijn oor. Lise hield van die studentikoze kapsels.

“Ik heb wat boeken voor je meegebracht. Tolstoj, Kundera en de laatste van Tommy Wieringa. Die vond ik ook nog wel kunnen voor een jongen. Man.” Cornelis kijkt naar zijn schoot, waar Lise de boeken een voor een op stapelt. Zijn linkerhand legt hij op de Wieringa. Langzaam heft hij zijn hoofd.

“En voor straks heb ik paaseitjes verstopt. Zijn je collega’s ook in dit park? Misschien kunnen ze meedoen.” Ze heeft de twee bekers in haar handen en neemt er om de beurt een slok van.

“Eh… Lise?” Cornelis pakt de stapel boeken en zet die tussen hen in op het bankje. “Heb je nog gekeken naar dat document dat ik had opgestuurd?” Hij haalt een busje ontsmettingsmiddel uit zijn zak en spuit ermee in zijn handpalm.

“Nee?”

“Wil je dat doen? Vandaag?” Hij blijft in zijn handen wrijven.

“Ja…”

“Fijn, dankjewel. Dan ga ik maar.” Hij glimlacht, kijkt haar vluchtig aan en loopt weg. Zo snel als zijn korte beentjes hem kunnen dragen.

4 gedachten over “Lise ontmoet Cornelis (en zijn onderlijf).

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak je website op WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit: